Meer broedvogels en zeegras, maar stikstof blijft groot probleem
De Nederlandse natuur laat vooruitgang zien: meer broedvogels, terugkerend zeegras in de Wadden en een schonere Noordzee. Maar die verbetering gaat te langzaam om Europese biodiversiteitsdoelen te halen, blijkt uit recente rapporten van Naturalis en andere Nederlandse instituten.
Als wandelaar of natuurfotograaf kun je het herstel op sommige plekken echt zien. Nieuwe rivieruiterwaarden, wetlands en moerasgebieden trekken meer vogels aan. In de Waddenzee breidt zeegras zich uit, wat zorgt voor rijkere wadlandschappen met meer wadvogels – ideaal voor fotografie bij laagwater.
Ook het aantal broedvogels ligt hoger dan in de diepste crisisjaren, en nachtvlinders doen het beter in goed beheerde heide- en duingebieden. Je hoort meer vogelzang, ziet meer insecten in het veld.
Maar de keerzijde is hard. Stikstofdepositie ligt nog steeds boven kritische waarden in circa 70% van de landnatuur, meldt het Compendium voor de Leefomgeving. Dat zie je terug in vermossingvan heides en soortarme graslanden waar vroeger bloemen stonden.
De waterkwaliteit blijft ondermaats – Nederland scoort onderaan in de EU. En uit recent onderzoek blijkt dat veel subsidies en fiscale regelingen biodiversiteit juist onder druk zetten, zoals grote agrarische subsidies die intensivering in stand houden, schrijft Nature Today.
Het nieuwe Natuurplan moet de Europese Natuurherstelverordening gaan uitvoeren. Verwacht meer beschermde gebieden, nieuwe natuurcorridors en strengere regels in kwetsbare zones – ook voor wandelaars. Het ontwerp komt in september 2026 ter inzage.
De natuur in Nederland krabbelt dus op, maar zonder stevige koerswijziging in stikstof, water en subsidies blijft het herstel te fragiel. Wel goed nieuws: steeds meer herstelprojecten leveren interessante nieuwe wandel- en fotolocaties op.


